Vragen? E-mail de Doping Infolijn: dopingvragen@dopingautoriteit.nl
http://www.dopingautoriteit.nl/wat_is_doping/geschiedenis_van_doping/de_oude_geschiedenis

De oude geschiedenis

De eerste meldingen over het gebruik van prestatiebevorderende middelen dateren van 2700 voor Christus. Er waren toen nog geen regels die het gebruik van deze stoffen verboden. In China was toen al het gebruik van planten uit het geslacht Ephedra bekend. Deze bevatten het opwekkende middel efedrine.

Tijdens de klassieke Olympische Spelen in 480 v.Chr. won de atleet Dromeus van Stymphalus de lange afstandloop. Zijn geheim was een dieet van uitsluitend vlees in een tijd waarin de dagelijkse kost bestond uit brood, groenten, kaas en vijgen.

De oude Griekse sporters zochten naast vlees ook hun heil bij hydromel (gegiste honing) en pittige kazen (deze bevatten de opwekkende stof tyramine).

De Griekse arts Herodikos (vijfde eeuw v.Chr.) kende bovendien een opmerkelijk recept om afgematte sporters weer op te peppen: melk uit de borsten van jonge moeders.

En Romeinse zwaardvechters kregen het advies om vooral vlees van wilde dieren te eten.

De Azteken brouwden uit cactussen een strychninebevattend opwekkende drank en het kauwen op bladeren van de cocastruik (bevat cocaïne) is bekend in Zuid-Amerika.

Ook zijn er verhalen bekend dat primitieve volkeren het hart van hun vijand opaten, zodat ze de goede eigenschappen die nodig waren voor strijd in zich zouden opnemen, ofwel de eigen prestaties konden verbeteren.

In de loop der tijden werden er steeds andere middelen “geadviseerd” om de prestatie te verbeteren, zoals kruiden en andere natuurlijke middelen.

Follow us: