Vragen? E-mail de Doping Infolijn: dopingvragen@dopingautoriteit.nl
http://www.dopingautoriteit.nl/wat_is_doping/geschiedenis_van_doping/definitie-van-doping

Ontwikkeling van de definitie van doping

Het woord 'doping' heeft verschillende omschrijvingen gekend.

Omstreeks 1900 werd het woord 'dope' gedefinieerd als: 'Een combinatie van medicijnen voor het prestatieverbetering van racepaarden'.

In 1963 werd doping in de sport door de Raad van Europa gedefinieerd als 'De toediening of het gebruik van een lichaamsvreemde stof en/of een fysiologisch middel in abnormale hoeveelheden en/of via een niet gebruikelijke toedieningswijze om opzettelijk op een oneerlijke manier de prestatie van een individu tijdens wedstrijden te verbeteren'.

In 1984 werd doping door de Raad van Europa als volgt gedefinieerd: 'Het gebruik van verboden stoffen overeenkomend met de voorschriften van de bevoegde sportorganisaties'.

In 1989 definieerde de Raad van Europa in de Anti-Doping Conventie doping als: 'Het toedienen en gebruiken van farmacologische middelen en methoden die op de dopinglijst staan door vrouwelijke en mannelijke sporters'.

Het IOC gaf in 1967 de volgende definitie: 'Het gebruik van verboden stoffen zoals op de lijst die door het IOC is gepubliceerd en/of de internationale organisatie van de organisatie die aangesloten is bij het IOC, de aanwezigheid van deze stoffen in urine of bloedmonsters en het gebruik van methoden om het resultaat van een urine- of bloedmonster te manipuleren'.

In 1999 werd WADA opgericht en in 2004 werd de eerst Wereld Anti-Doping Code van kracht. Hierin werd de huidige definitie van doping gegeven: 'Doping is een overtreding van een of meer bepalingen van het dopingreglement'.

Deze bepalingen zijn:

  • Aanwezigheid van verboden stof(fen) en/of verboden methode(n);
  • (Poging tot) het gebruik van verboden stof(fen) en/of verboden methode(n);
  • Gebrekkige medewerking;
  • Whereabouts-fouten;
  • (Poging tot) manipuleren;
  • Bezit;
  • (Poging tot) handel;
  • (Poging tot) toediening;
  • Medeplichtigheid;
  • Verboden samenwerking;
  • Voor minder valide sporters geldt het verbod op ‘boosting’.

Een stof of methode kan op de dopinglijst worden geplaatst als het aan minimaal twee van de volgende drie criteria voldoet:

1. (Mogelijk) prestatiebevorderend;
2. (Mogelijk) schadelijk voor de gezondheid;
3. In strijd met de 'spirit of sport'.

Follow us: