Namen noemen in dopingzaken

Op 19 april 2019 verscheen er op de website van Sport & Strategie een column van de hand van Herman Ram, voorzitter van de Dopingautoriteit, met de titel ‘Worstelen met kickboksen’. Ondanks het feit dat in deze column geen enkele sporter bij naam genoemd werd, is in mediaberichten naar aanleiding van de column de indruk gewekt dat dit wel het geval was. Naar aanleiding daarvan zijn er veel vragen gesteld aan de Dopingautoriteit over de wijze waarop wordt omgegaan met het noemen van namen van betrokkenen in dopingzaken. Zelfs een gerenommeerd medium als de NOS heeft ervaren dat dit een lastig onderwerp is en heeft een eerder gepubliceerde tekst hierover op 30 april 2019 gerectificeerd. De vertrouwelijkheid van persoonlijke informatie is een belangrijk en gevoelig onderwerp, en daarom willen wij ons beleid op dit vlak graag nader uitleggen.

Anonimiteit gegarandeerd

De Dopingautoriteit behandelt alle persoonlijke informatie waar zij over beschikt als strikt vertrouwelijke informatie en zal deze nooit openbaar maken zonder dat de betrokken persoon hiervoor expliciet toestemming geeft. De Dopingautoriteit maakt dus ook nooit namen van sporters die betrokken zijn bij (mogelijke) dopingzaken openbaar. Wij onthouden ons bovendien altijd van commentaar over zaken die de Dopingautoriteit in behandeling heeft. En zelfs wanneer een tuchtzaak is afgerond, zullen wij niet de naam van de betrokkene openbaar maken. Dit is ons principiële beleid.

Dit beleid is onder andere gebaseerd op de ervaring dat veel dopingovertredingen in (soms jeugdige) onbezonnenheid worden gepleegd. Publicatie van de naam van de betrokkene zal tot in de lengte van dagen teruggevonden kunnen worden op het internet. Bij een aanzienlijk percentage dopingzaken zou dit buitenproportioneel zijn.

Openbaarmaking door anderen

In de praktijk zijn de namen van overtreders van het dopingreglement overigens wel vaak bekend, ook als het een specifiek Nederlandse zaak betreft. Dit kan meerdere oorzaken hebben en de twee meest voorkomende zijn:

  • Een dopingschorsing kan alleen gehandhaafd worden als zowel het overkoepelende orgaan van een sportevenement als de lokale wedstrijdorganisatoren weten dat iemand geschorst is. Een beslissing over een schorsing zal dus altijd gedeeld worden met de betrokken nationale bond en de internationale federatie. Deze organisaties kunnen de naam van de geschorste sporter openbaar maken, en zullen dat in veel gevallen ook doen.
  • De betrokkene besluit vaak zelf om het nieuws openbaar te maken, bijvoorbeeld omdat er vragen worden gesteld over een tijdelijke afwezigheid van de wedstrijdkalender. Dit is een begrijpelijke beslissing en de ervaring leert dat dit soort eerlijkheid op de langere duur ook zeer wordt gewaardeerd door pers en publiek.

De praktijk in Nederland

De Dopingautoriteit houdt vast aan het principe dat de naam van een betrokkene niet automatisch gepubliceerd zou moeten worden. Wel worden uitspraken van tuchtcommissies in een geanonimiseerde versie gepubliceerd op de database www.doping.nl. Mocht het in het kader van het algemene dopingbeleid van belang zijn om over een specifieke zaak, of een specifiek aspect van een zaak, de openbaarheid te zoeken, dan zal dit uitsluitend gebeuren na expliciete toestemming van de betrokkene. Op deze wijze is naar ons oordeel een goede balans gevonden tussen het handhaven van de dopingregels en de rechten van betrokkenen.