Vragen? E-mail de Doping Infolijn: dopingvragen@dopingautoriteit.nl
https://www.dopingautoriteit.nl/wat_is_doping/geschiedenis_van_doping/dopingcontroles

Dopingcontroles

In 1966 werden de eerste dopingcontroles bij grote sportevenementen ingevoerd. Dit gebeurde tijdens de wereldkampioenschappen voetbal (FIFA) en de Tour de France (wielrennen, UCI). De Fransman Raymond Poulidor was de eerste wielrenner die tijdens de Tour werd aangewezen om een dopingcontrole te ondergaan. In totaal werden er in deze editie vijf renners positief bevonden.

In 1968 werden de eerste dopingcontroles binnen wedstrijdverband bij de Olympische Spelen in Grenoble en Mexico City ingevoerd.

Tijdens de Europese zwemkampioenschappen in 1977 in het Zweedse Jönkoping werd er op 14 augustus voor het eerst in de Europese zwemhistorie op doping gecontroleerd. Reden om met die controles te beginnen was de positieve dopingtest van een Joegoslavische waterpoloër een jaar eerder tijdens de Olympische Spelen in Montreal. De controles waren toe gericht op het aantonen van ‘stimulerende middelen’. Daarnaast werd er gecontroleerd op anabolicagebruik.

In 1988 werden de eerste controles buiten wedstrijdverband uitgevoerd.

Op 9 maart 1997 startte de UCI (de internationale wielerunie) met het uitvoeren van de eerste gezondheidscontroles. Deze controles bestonden uit een bloedafname voor de wedstrijd waarbij het hematocriet (verhouding bloedcellen:bloedplasma) werd beoordeeld. Wanneer het gehalte van rode bloedcellen te hoog was werd er een startverbod opgelegd om te voorkomen dat deze door de inspanning verder zou oplopen.
Deze gezondheidscontroles vormden de basis voor het biomedisch paspoort dat in 2008 is ingevoerd. In het biomedisch paspoort worden gegevens uit bloedtesten en urinetesten verzameld. Zie hiervoor ook: biomedisch paspoort.

Na afloop van de Hoofdklasse-wedstrijd Tilburg-Bloemendaal op 7 september 1997 vond de eerste dopingcontrole plaats in de Nederlandse Hockeycompetitie. Het doel van deze proefcontrole was om de procedures te testen. Verder bood dit de mogelijkheid om voorlichting te geven en vragen te beantwoorden. Het bericht over deze controle verscheen reeds in augustus van dat jaar in het blad Hockey, zodat de spelers dus vooraf van de controle op de hoogte waren. Tegenwoordig gebeuren de controles uiteraard zonder een vooraf aangekondigde melding.

Op 6 mei 1996 werd er een start gemaakt met de out-of-competition-dopingcontroles van Nederlandse sporters in het kader van een programma van NOC*NSF. Uiteindelijk zijn er in dit kader ruim 300 controles uitgevoerd door – toen nog - het NeCeDo. Later werd dit overgenomen door DoCoNed.

Tijdens de Olympische Spelen in Sydney in september 2000 vonden er voor het eerst out-of-competition-controles plaats. Tot dan toe was het tijdens de Spelen alleen zo dat er alleen direct na de wedstrijden werd gecontroleerd. Er werden totaal 404 out-of-competition-controles uitgevoerd, veertien procent van het totaal aantal dopingcontroles. In elf gevallen betrof het een Nederlandse sporter.

Follow us: