Vragen? E-mail de Doping Infolijn: dopingvragen@dopingautoriteit.nl
http://www.dopingautoriteit.nl/dopingcontroles/analyses/biologisch_paspoort

Biologisch paspoort

Het biomedisch of biologisch paspoort - betere benamingen dan bloedpaspoort omdat ook gegevens uit urinecontroles worden verwerkt - is een individueel elektronisch document van een atleet waarin de resultaten van bloed- en urinecontroles gedurende een langere periode worden bijgehouden. Het biologisch paspoort is ontwikkeld door het Wereld Anti-Doping Agentschap (WADA) in samenwerking met de Internationale Wieler Unie (UCI) en de Internationale Schaats Unie (ISU). In 2009 heeft WADA besloten om gegevens uit het biomedisch paspoort toe te laten als bewijs in dopingzaken. 

De Duitse schaatsster Claudia Pechstein is de eerste sporter die op basis van afwijkende bloedwaarden in haar biologisch paspoort is geschorst. Vele anti-doping organisaties, zowel nationale als sportspecifieke, houden paspoorten bij. 

Welke gegevens worden er voor het biologisch paspoort gebruikt?

Voor het opzetten van een paspoort is het nodig om enkele keren per jaar bloed en/of urine af te nemen voor analyse, vooral tijdens de opbouwfase naar het seizoen en buiten de competitie om. Gevoegd bij de gegevens van reguliere en onaangekondigde dopingcontroles geeft het paspoort een betrouwbaar beeld van de 'normale' bloedwaarden en hormoonhuishouding. Opmerkelijke uitschieters in de grafieken kunnen duiden op het gebruik van verboden prestatiebevorderende middelen of methoden, maar er kunnen ook natuurlijke oorzaken aan ten grondslag liggen. Daarom moet er erg voorzichtig worden omgesprongen met de interpretatie van deze gegevens.

In het bloed wordt gekeken naar met name de volgende parameters:

  • hematocriet: het volume aan bloedcellen (voornamelijk rode bloedlichaampjes) dat door middel van centrifuge gescheiden kan worden van het bloedplasma;
  • hemoglobine: de concentratie van het ijzerhoudende eiwit in de rode bloedcel dat zuurstof transporteert van de longen naar de spieren voor de energielevering;
  • erytrocyten: het aantal rode bloedlichaampjes;
  • reticulocyten: het aantal en percentage nieuwe, nog niet geheel 'volgroeide' rode bloedlichaampjes.
Volgens hetzelfde principe worden schommelingen in steroïdprofielen bekeken, waarbij met name gekeken wordt naar stoffen die gerelateerd zijn aan testosteron.

Factoren die invloed uitoefenen op de parameters

De opnamecapaciteit van zuurstof door het bloed wordt ook beïnvloed door het geslacht van de sporter, de etnische achtergrond, leeftijd, leefomstandigheden en verblijfomstandigheden (bijvoorbeeld op hoogte) en het type sport dat wordt beoefend. Tenslotte kunnen afwijkingen in bloedwaarden een indicatie geven van bepaalde ziektebeelden. Als er een uitspraak wordt gedaan over mogelijk dopinggebruik moeten al deze factoren worden meegewogen.

In de urine wordt vooral gelet op ongewone schommelingen in de afbraakproducten van lichaamseigen steroïden. Het anabole hormoon testosteron is het bekendste. Ook dit is een lichaamseigen hormoon, waardoor het lastig is om gebruik van lichaamsvreemd testosteron aan te tonen. Schommelingen in verschillende steroïdprofielen kunnen hier aanwijzingen over geven. Ook hier moeten natuurlijke oorzaken meegewogen worden als er een uitspraak wordt gedaan over mogelijk dopinggebruik.

Follow us: