Bètablokkers
Het meedoen aan een wedstrijd is spannend. Soms kan die stress remmend werken op het neerzetten van een goede prestatie. Het lichaam kan ongevoeliger ‘gemaakt’ worden voor deze spanning door het gebruik van zogenaamde bètablokkers. Deze middelen verlagen de hartslag, maar ook het prestatievermogen bij intensieve lichamelijke inspanning. In sporten waarin een geringe lichamelijke inspanning wordt geleverd, maar concentratie en fijne motoriek belangrijk zijn, kan het gebruik van deze stoffen een voordeel opleveren. Het gebruik van deze middelen is daarom binnen dit soort sporten verboden. Omdat bètablokkers alleen in bepaalde sporten verboden zijn behoren ze tot de groep van ‘substances prohibited in particular sports’.
Als de hartslag lager wordt en de prestaties worden minder, wat is dan het voordeel van het gebruik? Waarom geldt er dan toch een verbod op het gebruik van deze middelen?
Bètablokkers maken het lichaam ongevoeliger voor stress.
Wat zijn bètablokkers?
Bètablokkers, ook wel geschreven als ß-receptorblokkerende stoffen of ß-blokkers, zijn stoffen die een remmende werking hebben op het centrale zenuwstelsel. Voorbeelden van bekende bètablokkers zijn metoprolol (Lopresor® , Selokeen®), tenormin (Atenolol®, Tenormin®) en atenolol/chloortialidon (Tenoretic®). Ze verlagen de hartslag, bloeddruk en stofwisseling waardoor het lichaam minder energie kan leveren en tot rust komt. Het gebruik van bètablokkers levert in tijden van stress voordelen.
In de geneeskunde worden bètablokkers gebruikt voor de behandeling van hoge bloeddruk, hartritmestoornissen en ze worden na een hartaanval gebruikt om herhaling te voorkomen. Verder worden ze gebruikt om de negatieve gevoelens van examenvrees, podiumangst en angststoornissen te verminderen. Meestal worden deze middelen door oudere mensen gebruikt.
Wat is het voordeel van bètablokkers voor sporters?
Het gebruik van bètablokkers kan voordeel bieden voor sporten waarin lichamelijke inspanningen laag zijn en concentratie en fijne motoriek belangrijk zijn voor een goede prestatie. Bètablokkers zorgen voor een lage hartslag en verminderen de kans op trillen. In sporten als biljarten, pistool- of geweerschieten en handboogschieten is een vaste hand belangrijk. Elke hartslag zorgt namelijk voor een kleine beweging in het hele lichaam waardoor de schutter minder kans heeft om in de roos te schieten. Bètablokkers zorgen ervoor dat de tijd tussen twee hartslagen wordt verlengd, zodat een sporter meer tijd heeft om te richten. Daarnaast werken bètablokkers stressverlagend waardoor een schutter minder last heeft van trillende handen.
Als gezonde mensen bètablokkers gebruiken kunnen ze last krijgen van vermoeidheid, slaapstoornissen, depressie, misselijkheid, lage bloeddruk en een trage pols, flauwvallen en koude handen en voeten.
In welke sporten is het gebruik van bètablokkers verboden?
Omdat bètablokkers niet bij alle sporten een prestatiebevorderend effect hebben, heeft WADA in overleg met internationale federaties het gebruik van bètablokkers bij sommige sporten binnen- en bij de schietsporten zowel binnen als buiten wedstrijdverband verboden. Het gebruik van bètablokkers is in 2010 binnen wedstrijdverband verboden bij: autosport, biljart en snooker, bobslee, bowling, bowls, bridge, curling, golf, gymnastiek, jeu de boules, kegelen, luchtvaart, moderne vijfkamp (alleen bij schietonderdelen), motorsport, powerboaten, skiën (bij schansspringen en snowboard (half pipe en big air) en free style (aerials en halfpipe)), worstelen en zeilen (alleen voor stuurlieden in het matchracen).
Het gebruik van bètablokkers is in 2010 zowel binnen als buiten wedstrijdverband verboden bij handboogschieten en schieten.
Zijn er wel eens sporters positief getest?
Tot nu toe zijn positieve bevindingen op bètablokkers zeldzaam. In Nederland zijn in 2005 twee sporters positief getest op het gebruik van bètablokkers. Het betrof een biljarter en een schutter. In 2006 was er een positieve bevinding en in 2007 twee en in 2008 wederom een.




