Vragen? E-mail de Doping Infolijn: dopingvragen@dopingautoriteit.nl
http://www.dopingautoriteit.nl/wat_is_doping/dopingcategorieen/bloedmanipulaties

Manipulatie van bloed en bloedcomponenten

Zuurstoftransport in het bloed kan onder andere worden verbeterd door het manipuleren van bloed en bloedcomponenten. Daarnaast kunnen bloedvervangende middelen op basis van hemoglobine worden ingezet. Vooral duursporters hebben ‘baat’ bij het verbeteren van het zuurstoftransport, zodat ze inspanningen langer kunnen volhouden. Er kunnen ook andere middelen worden gebruikt die ervoor zorgen dat de opname, het transport of de afgifte van zuurstof verbetert, zoals EPO. EPO zorgt voor de aanmaak van rode bloedlichaampjes waardoor er extra zuurstof kan worden vervoerd. Het verbeteren van het zuurstoftransport heeft schadelijke bijwerkingen, zoals een verhoogde bloedstolling en een groter risico op hart- en herseninfarcten.

Hoe vindt het zuurstoftransport normaal plaats?

In het bloed wordt zuurstof gebonden aan hemoglobine (Hb). Hb zit in rode bloedcellen. Als er meer zuurstof door de rode bloedcellen kan worden opgenomen neemt het zuurstoftransporterend vermogen van het bloed toe. Zuurstof wordt vervolgens naar de spieren vervoerd. In de spieren is brandstof opgeslagen die nodig is voor het leveren van lichamelijke inspanning. Voor het langdurig verbranden van de brandstof in de spieren is zuurstof nodig. Als de zuurstoftoevoer toeneemt, kan de verbranding van de brandstof in de spieren toenemen en kan er een grotere lichamelijke inspanning worden geleverd. Sporters kunnen dus een betere sportprestatie leveren als de zuurstoftoevoer naar de spieren zo optimaal mogelijk is.

Het zuurstoftransport kan worden verbeterd door middel van bloeddoping of
door het toedienen van andere zuurstofdragers of door het toepassen van EPO.

Wat is het effect als het zuurstoftransport wordt verbeterd?

In de sport is men begonnen met het verhogen van het aantal rode bloedlichaampjes door bloeddoping, het toedienen van bloedvervangende middelen en door het verhogen van de aanmaak van rode bloedlichaampjes door middel van EPO.
Doordat een toename van het aantal rode bloedcellen kan een duursporter langer en op een hoger niveau presteren, doordat hij/zij meer zuurstof kan opnemen en naar de spieren vervoeren. Hierdoor kan een sporter langer en intensiever een inspanning leveren. Dit is voordelig bij duursporten zoals wielrennen, langlaufen en atletiek.
Bij het gebruik van bloeddoping kunnen echter ernstige bijwerkingen optreden, zoals: bloedstolsels, koorts, nierschade, slecht functionerend immuunsysteem, bloeddrukdaling en hart- en herseninfarcten.

Verschil bloeddoping en EPO

Bij de toepassing van EPO wordt het hormoon erytropoëtine (EPO) toegediend. EPO behoort tot de dopingcategorie S2 Peptide hormonen, groeifactoren en verwante stoffen. Toediening van EPO zorgt voor een verhoogde productie van rode bloedlichaampjes en leidt dus vervolgens tot een verbetering van het zuurstoftransport.

Wat is het nut van het bloedonderzoek vlak voor een wedstrijd?

Soms wordt er bloed afgenomen voorafgaand aan de wedstrijd in het kader van gezondheidscontroles. In dit bloedmonster wordt onder andere gekeken naar de hematocrietwaarde en het hemoglobinegehalte. De hematocrietwaarde zegt iets over de verhouding bloedcellen: bloedplasma. Wanneer deze te hoog is, is er sprake van een te veel aan cellen ten opzichte van het bloedplasma. Een hogere hematocrietwaarde vergroot namelijk het risico op het ontstaan van bloedstolsels en hart- en herseninfarcten.

 

Hematocriet (Ht) is de verhouding bloedplasma/bloedcellen.

Sportbeoefening kan leiden tot vochtverlies en de kans is groot dat dit onvoldoende wordt aangevuld. Hierdoor kan sportbeoefening leiden tot een nog hogere hematocrietwaarde. Daarom wordt er dan uit gezondheidsoverwegingen een startverbod opgelegd.
De uitkomsten van de gezondheidscontroles kunnen ook worden gebruikt om dopingcontroles effectiever in te zetten. Een hoge hematocrietwaarde kan namelijk wijzen op dopinggebruik door EPO, bloeddoping of andere methoden om het zuurstoftransport te verbeteren. De bloedonderzoeken werden tot voor kort ook ingezet, omdat niet alle soorten dopinggebruik, zoals EPO-gebruik, met behulp van urineonderzoek was te detecteren.

Heeft een dergelijke gezondheidscontrole wel eens geleid tot een startverbod?

Het is meerdere keren voorgekomen dat de uitslag van de gezondheidscontrole leidde tot het opleggen van een startverbod. Zo werd in 2006 werd tijdens de Olympische Spelen in Turijn aan twaalf langlaufers een startverbod voor vijf dagen opgelegd vanwege afwijkende bloedwaarden. Het startverbod is ook hier opgelegd om gezondheidsschade te voorkomen.
De Italiaanse wielrenner Marco Pantani kreeg in 1999 twee dagen voor het einde van de Giro een startverbod opgelegd vanwege een te hoge hematocrietwaarde.

Bekende dopinggevallen

De Amerikaanse wielrenner Tyler Hamilton werd tijdens de Olympische Spelen van 2004 in Athene verdacht van bloeddoping, maar er kon geen onderzoek van het B-monster plaatsvinden, omdat deze urine door een foute opslagprocedure onbruikbaar was geworden. Daarom mocht hij zijn gouden medaille die hij tijdens de Olympische Spelen had gewonnen, houden. Tijdens de Vuelta in 2004 kreeg hij een startverbod opgelegd vanwege te hoge hematocrietwaarden. Met behulp van het bloedmonster dat daarna werd afgenomen werd aangetoond dat hij bloeddoping had toegepast. Daarom werden al zijn klasseringen in de Vuelta van 2004 nietig verklaard. Hij was daarmee de eerste sporter die op bloeddoping werd betrapt. Hij werd met ingang van april 2005 door het Amerikaanse antidopingbureau het USADA voor een periode van 2 jaar geschorst.
Ook de Spaanse wielrenner Santiago Perez werd in 2006 positief getest op bloeddoping en ook hij kreeg een schorsing van 2 jaar opgelegd.
In mei 2006 werd melding gemaakt van de dopingaffaire waarin de Spaanse gynaecoloog Eufemio Fuentes de spil is. Het gaat hier over bloeddoping waarbij sporters uit verschillende takken van sport betrokken zouden zijn.
In 2007 werd de Kazachstaanse wielrenner Aleksandr Vinokourov tot 2 keer toe positief bevonden op bloeddoping. Hij werd direct na de bekendmaking van de eerste positieve bevinding uit de Tour de France gehaald. Ook zijn ploeggenoot Andrej Kasjetsjkin (eveneens afkomstig uit Kazachstan) werd in datzelfde jaar in het Turkse Belek positief getest op bloeddoping. Beide renners kregen een  schorsing opgelegd van twee jaar.

Follow us: