De dopingcategorieën
De dopinglijst van het WADA, het Wereld Anti-Doping Agentschap, is onderverdeeld in verschillende categorieën. Zo wordt onderscheid gemaakt in stoffen en in methoden. Er wordt ook onderscheid gemaakt in stoffen die zowel binnen als buiten wedstrijdverband verboden zijn én stoffen die alleen binnen wedstrijdverband verboden zijn. Daarnaast zijn er nog stoffen die alleen bij bepaalde sporten zijn verboden. Tot slot is er een groep van stoffen die ‘specifieke stoffen’ wordt genoemd. De stoffen die in deze groep worden genoemd kunnen leiden tot lagere straffen bij een eventuele overtreding.
Welke dopingcategorieën zijn er?
De dopinglijst 2010 ziet er als volgt uit:
I. Stoffen en methoden die binnen en buiten wedstrijdverband verboden zijn
Verboden stoffen
S1. Anabole middelen
S2. Peptidehormonen, groeifactoren en verwante stoffen
S3. Bèta-2 agonisten (β-2 agonisten)
S4. Hormoon-antagonisten en modulatoren
S5. Diuretica en andere maskerende middelen
Verboden methoden
M1. Verbetering van het zuurstoftransport
M2. Chemische en fysieke manipulatie
M3. Genetische doping
II. Stoffen die binnen wedstrijdverband verboden zijn
S6. Stimulantia
S7. Narcotica
S8. Cannabinoïden
S9. Glucocorticosteroïden
III. Stoffen die verboden zijn in bepaalde sporten
P1. Alcohol
P2. Bètablokkers (β-receptorblokkerende stoffen)
Wat betekenen de letters S, M en P?
De letter S staat voor substances (= stoffen), M voor methods (= methoden) en P voor particular sports (= in bepaalde sporten). Kortom, het zijn Engelse verwijzingen.
Waarom een verschil tussen binnen en buiten wedstrijdverband?
De indeling in stoffen die binnen- en buiten wedstrijdverband verboden zijn is historisch bepaald. Het verschil is gebaseerd op de inschatting of een middel of methode dat tijdens trainingsperiodes kan worden gebruikt bij de wedstrijd nog een oneerlijk voordeel geeft. Als een sporter binnen de wedstrijd voordeel kan hebben van een stof of methode die tijdens de trainingsperiode gebruikt is, dan is de stof of methode altijd, dus zowel binnen als buiten wedstrijdverband, verboden.
Stoffen verboden binnen bepaalde sporten
Hierbij zijn twee groepen te onderscheiden, namelijk alcohol en bètablokkers. WADA heeft in overleg met internationale federaties bepaald bij welke sporten het gebruik van alcohol en/of bètablokkers verboden is.Alcohol is binnen bepaalde sporten, zoals auto- en motorsport, verboden, omdat het gebruik ervan binnen deze sporten een gevaar op kan leveren voor de sporter zelf en van medesporters.
Het gebruik van bètablokkers is binnen een beperkt aantal sporten, zoals handboogschieten en schieten, verboden omdat het gebruik van een middel uit deze groep tot een oneerlijk voordeel kan leiden. Een handboogschutter die een bètablokker gebruikt krijgt een tragere hartslag, zodat de schutter tussen twee hartslagen meer tijd heeft om in de roos te schieten. Bovendien klopt het hart minder sterk, waardoor de schutter ook een vastere hand heeft. Bij de meeste sporten levert het gebruik van bètablokkers alleen maar nadelen op, zodat een verbod dan ook niet zinvol is.
Specifieke stoffen
Vanaf 1 januari 2010 zijn alle stoffen op de dopinglijst specifiek, behalve:
- Anabole middelen;
- Peptidehormonen, groeifactoren en verwante stoffen (m.u.v. plaatjesconcentraten);
- Sommige stimulantia, zoals amfetamine, XTC, cocaïne en modafinil;
- Myostatineblokkers
Indien een sporter positief test op een specifieke stof maar kan aantonen hoe deze stof in zijn of haar lichaam terecht is gekomen én dat het gebruik van die stof niet tot doel had de sportprestatie te verbeteren, dan kan afhankelijk van de mate van schuld van de sporter, een minder zware sanctie worden opgelegd, variërend van een waarschuwing of berisping tot een sanctie van één jaar bij een eerste overtreding.




